Onderstaande Biografie is door Dhr. E. Flohr te Leiden in 1985 aan Dhr. Visker, oprichter van Stichting Indisch Familie Archief gestuurd, met de vermelding "afschrift van een vergeeld archivaal stuk". Het is niet bekend wie de schrijver is, noch wanneer het geschreven dan wel (over-)getypt is. Als het origineel handgeschreven is, zou dat verklaren waarom bepaalde tekst afwijkt van wat wellicht bedoeld wordt: men heeft het niet goed kunnen lezen.

Biographie

van ERNST HENDRIK, eerste geboren zoon uit het huwelijk van ZACHARIS HENDRIK FLOHR met MARIA ELISABETH EBELING , geboren te Passoeroean Eiland Java, den 7e Februari 1795.

ERNST HENDRIK was in zijn 11e jaar ouderloos. Vader en moeder waren in het jaar 1806 te Panaroekan overleden.

Hij en zijn broeder JOHANNES geboren den 10en April 1799 waren aan den rand van het graf geweest, naast God hadden zij toen den Heer van Naersen [1] te danken, dat zij in het leven waren gebleven, doordat die Heer hen, nog bijtijds uit dat verpeste Panaroekan naar Sumanap gevoerd en aldaar in hunne vroegere gezondheid had hersteld.

Ternauwernood waren zij te Passoeroean teruggekomen bij hunnen grootmoeder en oom Ebeling of werd hij (ERNST HENDRIK) door hoogeren last van den heer Van ROSSENBRIGLER [2] Opperhoofd van Soerabaja's Oosthoek gerequireerd naar derwaarts op te zenden. In den vroegen morgen van den 5 Februari 1807 werd hij door zijn oom Ebeling begeleid naar de woning van den Heer Hesselaar [3], kommandant en Bestuur aldaar, en werd door ZedG. manhaftige Heer Hesselaar in ontvangst gegeven een gegraveerd cachet [4] en een verzegeld pakje gericht aan hem en een beursje met gouden Dukaten en hem helpende in de koets te stappen (want in oude tijden waren de rijtuigen 3 of meer voeten hoog van den grond).

Ziedaar, E.H. Flohr reed vergezeld door Heer Blento, oude lijfjongen van zijnen vader, van zijn geboorteplaats naar vreemde plaatsen; met neergebogen hoofd en biggelende tranen aan de oogen, ging hij het hem beschoren lot tegemoet. Tot de Regentschap Bangil komende werd hem door den Regent en den Kapitein der Chineezen [5] (Broeder van den Regent) van Passoeroean uit de koets geholpen en omhelsd en naar de gereedstaande tafel geleid. Deze twee personen waren parnakan chinees [6] intieme vrienden van wijlen zijnen vader, en de Regent had, omtrent zijn rang en kwaliteit aan den ouden Heer Z.H. Flohr te danken, waarom hij dan als zijn voorlang terugkomenden zoon verbreidde.

Na ontbeten te hebben kwam de Regents aangespannen wagen voor, hij werd door de twee vaders vrienden onder het stoppen handvol Spaansche maten [7] in zijne kamisoolzakken weder in de wagen geholpen, reed tot Soerabaja, alwaar de wagen dicht voor het Residentiehuis stil hield.

De oude majoor FRISSCHER hielp hem uit den wagen, bracht hem naar binnen, en presenteerde hem aan den Heer Opperhoofd. ZMEdelheid vroeg hem, of de Heer Hesselaar hem een cachet en pakje papieren had medegegeven, en antwoorde van ja. Geeft het hier, laat mij zien en ge beduiden wat of het is:

"Deze tjap [8] is het familiewapen van uw vader, draagt dus goede zorg, want hier hangt uw geluk af; naderhand als gij groot wordt, uit dit parkiment geschreven brevet toont aan de naam en kwaliteit naar Uwen vader. Daaruit ontwaart ge dat Uw vader geen FLOHR heet, maar wel "ZACHARICH HEINRICH Heer von RHUBAND, kolonel van het Regiment Hulanne [9] tevens Adjudant van Zijne Koninklijke Hoogheid der Erfprins van Pruissen." Uit deze bundel verstaat gij, waarom hij Pruissen moest verlaten en op Java is komen dwalen, ziet en luistert hier:

Hij was over een meisje van het hof in twist geraakt met zijn medeminnaar tevens zijn Collega zelf de Kolonel van de zware RAZABINIERS [10] en adjudant van den Erfprins; de twist werd beslist in twee gevecht met de pistool en ongelukkig had Uw vader zijn tegenpartij de Kolonel Graaf van Rosbach doodgeschoten. Was hij die het eerste schot deed, en daarna het doodelijk schot van Uw vader ontvangen, dan was bij ons de wet, de ongelukkige niet mogen vervolgen, maar Uw vader had eerst moeten schieten en den Graaf ter nedergeveld, dus om de vervolging door de wet te ontgaan, moest hij zich redden met de vlucht onder anderen naam. RHUBAND of FLOHR is hetzelfde als in Hollandsch Rauwband of floers en toog hij naar Nederland met een aanbevelingsbrief van Z.H. den Erfprins aan den Prins van Oranje, en door dezen naar de oost gezonden met den rang van Sergeant op Java met een aanbevelingsbrief van de Kamer der 17e aan den Heer Gouverneur Generaal WILLEM ARNOLD ALTING [11]. EnzÖ.."



[1] Waarschijnlijk Carel van Naerssen, geboren te Breda, huwde als onderkoopman in 1782 te Batavia met Wilhelmina Petronella Bosch. Na haar dood was hij resident van Grissee waar hij 1821 overleed. Hij liet 4 geadopteerde kinderen na. Bron: Ons Nageslacht, selectie 1932-1935, De Indo-Europeesche families uit Nederlands IndiŽ door Mr.P.C. Bloys van Treslong Prins

[2] Waarschijnlijk F.J. Rothenbuhler. Opperkoopman en gezaghebber van Java's Oosthoek te Soerabaja 1799-1809. Bron: Indische Navorscher nieuw, jrg.8, 1995. Themanummer: Personalia en historisch-genealogische bronnen betreffende in AziŽ dienend personeel gedurende de Bataafsch Franse Tijd. Deel C: De Raden van Nederlands IndiŽ gedurende het tijdvak 1795-1811.

[3] Waarschijnlijk Johannes Hesselaar, geboren te Ulft in Gelderland in 1748. overl. Gading (Pasoeroean) 16 november 1811, begraven op zijn land, gehuwd met Maria Dorothea Scheeps. Zij zijn de ouders van de Nederlands-Indische landschapsschilder Herman Theodorus Hesselaar. Bron: Indische Navorscher, jrg.3, 1937. Fragment-genealogie der familie Hesselaar 18e-19e eeuw.

[4] Afdruk van een wapen

[5] Leider van de Chinese bevolkingsgroep in een bepaald gebied

[6] Chinezen uit Nederlands-IndiŽ. Ook wel Peranakan Chinezen genoemd. De Peranakan spraken meestal Maleis en hadden na een langdurig verblijf in IndonesiŽ de gewoonten van de lokale bevolking overgenomen. Toch werden zij door de lokale bevolking en zichzelf als Chinezen beschouwd.

Een deel van deze Chinezen, die in IndonesiŽ van rijke families afstamde, genoten in Nederland een opleiding. Op deze manier studeerden tussen 1911 en 1940 ongeveer 900 Peranakan Chinezen in Nederland. (bron: http://www.jonc.nl/chinesecommunity.php?page=history)

[7] Bedoeld worden ongetwijfeld: "Spaanse matten", een grote vierkante zilveren munt ter waarde van iets meer dan 1 Euro.

[8] zegel

[9] Pruisisch huzaren-regiment 4, sedert 1741 bekend als Regiment Hulanen, naar de lange lanzen (ulanen) waarmee ze uitgerust waren. Het regiment lag tussen 1783 en 1796 in garnizoen in Trebnitz, Wartenberg, Oels, Juliusburg, Prausnitz en Medzibor. Het regiment werd vanaf 1781 t/m 1793 aangevoerd door Overste Eugen Friedrich Heinrich Prinz v. WŁrttemberg. Bron: http://www.preussenweb.de/regiment6.htm

[10] Over "Razabiniers" heb ik niets gevonden. Misschien worden "Karabiniers" bedoeld, een zwaar regiment bewapend met karabijnen.

[11] Willem Arnold Alting (1724-1800). Studeerde rechten in Groningen en arriveerde in 1751 in Batavia. Hij was Gouverneur Generaal van 1780 tot 1797, de laatste van de VOC. Zijn bestuur werd gekenmerkt door grove misbruiken. Bron: http://www.vocsite.nl/geschiedenis/personalia/alting.html